About this course
De eerste 1001 dagen in de ontwikkeling van een kind worden door veel wetenschappers gezien als een cruciale periode voor de verdere ontwikkeling. Dit is een periode van versnelde groei van de hersenen en andere biologische systemen die een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van sociale relaties, spel, taal, motoriek en aandacht. Deze vaardigheden vormen vervolgens weer de basis voor nieuwe, meer complexe vaardigheden. De ontwikkeling in de eerste 1001 dagen heeft belangrijke effecten op lange termijn. Suboptimale ontwikkeling in deze periode is geassocieerd met een reeks van negatieve uitkomsten (lagere schoolprestaties, verwijzing naar het speciaal onderwijs, schooluitval, probleemgedrag, middelenmisbruik, criminaliteit, slechtere gezondheid) die later vaak tot hoge persoonlijke en maatschappelijke kosten leiden. Preventie hiervan en bevorderen van optimale ontwikkeling bespaart de samenleving kosten voor speciaal onderwijs, jeugdzorg, justitie en gezondheidszorg, en leidt tot verschillende positieve opbrengsten. De ontwikkeling van elk kind is afhankelijk van de dynamische wisselwerking tussen verschillende factoren, zoals de genen, hormonen, de hersenen, cognities, gedrag, sociale interacties, cultuur, en maatschappij. In deze cursus leer je hoe deze factoren elkaar beïnvloeden en uiteindelijk de ontwikkeling van belangrijke vaardigheden kunnen bevorderen dan wel belemmeren. Deze inzichten zijn gebaseerd op recente theoretische modellen en onderzoek waarin een aantal verschillende disciplines samenkomen, zoals de ontwikkelingsneuropsychologie, genetica, embryologie, neurobiologie, ontwikkelingspsychologie, pedagogiek, kinder- en jeugdpsychiatrie, sociologie en geneeskunde. In de cursus gaan we bijvoorbeeld dieper in op de relatie tussen hersenontwikkeling en andere biologische systemen, zoals het stresssysteem, en op de invloed van (epi-) genetische processen en omgevingsfactoren, zoals – in negatieve zin – armoede, stress, trauma, negatieve sociale interacties in de opvoeding, en onveilige buurt en – in positieve zin – stimulerende gezinsinteracties en omgeving, toegankelijke zorg, en kwalitatief hoogwaardige kinderopvang en vroege educatie. Deze nieuwe inzichten kunnen pedagogen helpen bij te dragen aan het ontwerpen en implementeren van preventief en stimulerend jeugdbeleid, met name aan het verder optimaliseren van informele en formele medische en pedagogische systemen, zoals consultatiebureaus (jeugdgezondheidszorg), opvoedingsondersteuning en jeugdzorg. Tenslotte leer je deze kennis te integreren en toe te passen op zowel theoretische als (pedagogische) praktijksituaties door samen met andere studenten te zoeken naar oplossingen voor het verbeteren van deze praktijken op basis van de verworven kennis via preventie, stimulering, ondersteuning en behandeling.
Learning outcomes
Algemene doelstelling
Het doel van deze cursus is de student kennis te laten maken met de theorieën over en onderzoek naar de ontwikkeling van het jonge kind vanuit een multidisciplinair perspectief. De student leert deze kennis toe te passen in praktische opvoedsituaties.
Specifieke doelstellingen
De student die deze cursus met een voldoende afsluit:
- heeft kennis over de ontwikkeling van jonge kinderen vanuit een multidisciplinair perspectief
- heeft kennis over belangrijke processen en mechanismen die een rol spelen in de ontwikkelingsdomeinen die relevant zijn voor de eerste levensjaren, zoals de ontwikkeling van sociale relaties, spel, zelfregulatie, taal, executieve functies en empathie
- kan deze multidisciplinaire kennis integreren in en toepassen op verschillende medische en pedagogische ondersteuningssystemen, zoals de jeugdgezondheids-zorg, opvoedingsondersteuning, jeugdzorg, (buurt)maatschappelijk werk, kinderopvang en voorschoolse educatie, met als doel de (gezamenlijke) werking van deze systemen te verbeteren.Relatie tussen de toetsen en leerdoelen
De eerste twee leerdoelen worden getoetst met een schriftelijke toets. Het derde leerdoel wordt op twee manieren getoetst: 1) door toepassingsvragen op te nemen in de schriftelijke toets en deze te laten beantwoorden en 2) door de studenten in werkgroepen te laten werken aan wekelijkse opdrachten die beoordeeld worden. Tijdens de werkgroepen wordt zelfstandig in groepen van maximaal 10 studenten gewerkt aan een serie opdrachten in het teken van het verwerken en toepassen van de literatuur die in die week aan bod is gekomen. De studenten leren na te denken over toepassings-mogelijkheden van deze kennis in de pedagogische praktijk en discussiëren met elkaar over belangrijke ethische vraagstukken. De studenten krijgen op basis van actieve deelname aan de werkgroepen en de beoordeling van de wekelijkse opdrachten bonuspunten. De hoogte van de bonuspunten is een indicatie voor de mate waarin een student in staat is om de verworven kennis toe te passen.
Prior knowledge
Geen
Resources
- Literature Artikelen (lijst wordt nader bekend gemaakt).
Additional information
- Coordinating ProgrammeOnderwijswetenschappen
- More infoCourse page on website of Utrecht University
- Contact a coordinator
- About studying within the EWUU alliancehttps://ewuu.nl/en/education/courses/eduxchange-faq-students
- Levelbachelor
