Klinische vaardigheden in de praktijk

202600036

Over deze cursus

Het vak ‘Klinische vaardigheden in de praktijk’ richt zich op de ontwikkeling, verbetering en toepassing van klinische vaardigheden die worden gebruikt in de dagelijkse klinische praktijk. Studenten leren hoe zij psychosociale problemen bij kinderen en adolescenten (8–18 jaar) en hun ouders kunnen observeren, beoordelen en hierop kunnen interveniëren. Deze vaardigheden dragen bij aan de ontwikkeling van een professionele houding als scientist-practitioner waarbij de integratie van de klinische praktijk en wetenschappelijk onderzoek centraal staat. Het vak behandelt zowel de typische psychosociale ontwikkeling als het signaleren en ondersteunen van subklinische en klinische problemen over het gehele psychopathologie continuüm. Studenten leren onderscheid te maken tussen normale ontwikkelingsuitdagingen (zoals incidentele somberheid) en klinische stoornissen (zoals depressie) door middel van diagnostisch onderzoek en het bestuderen van risico- en beschermende factoren binnen een transactioneel model. Onderwerpen die aan bod komen zijn onder andere eetgerelateerde problemen, rouw, stemming en seksuele ontwikkeling.

Gedurende het vak ligt de nadruk op de integratie van theorie, wetenschappelijke kennis en klinische vaardigheden. Elke week staat een specifiek thema centraal, zoals het psychopathologie continuüm, risico- en beschermende factoren (transactioneel model), werken met ouders, eet(problematiek), depressie, seksualiteit, rouw en evidence-based werken in de klinische praktijk. Deze thema’s worden geïntroduceerd in hoorcolleges en verder uitgediept in werkgroepen. In de werkgroepen oefenen studenten actief klinische vaardigheden door het toepassen van diagnostische instrumenten (bijvoorbeeld vragenlijsten), het voeren van interviews en gesprekken en het aanbieden van preventieve en therapeutische interventies via rollenspellen en ervaringsgerichte oefeningen. Wekelijks werken studenten aan hun eigen leerdoelen en ontvangen zij feedback, waardoor zij hun klinische competenties stapsgewijs versterken. Studenten nemen deel aan praktische activiteiten zoals exposure-oefeningen bij eetproblemen, zelfmonitoring- en registratieopdrachten, het opstellen van tijdlijnen en het maken van genogrammen, waardoor zij klinische methoden uit de praktijk actief ervaren en hierop reflecteren. Een ontwikkelings- en systemisch perspectief wordt consequent toegepast, door expliciete aandacht voor samenwerking met ouders.

Aan het einde van het vak maken studenten een casusopdracht waarin alle onderdelen van het vak worden geïntegreerd, waaronder casusconceptualisatie en het nemen van evidence-based beslissingen met betrekking tot diagnostiek en interventies. De overkoepelende focus van dit vak ligt op het versterken van klinische competenties, zoals gespreksvaardigheden en een professionele houding, met een sterke nadruk op actieve participatie, zelfreflectie en voortdurende vaardigheidsontwikkeling, waarbij wetenschappelijk onderzoek wordt geïntegreerd.

Leerresultaten

Leerdoelen
Aan het einde van de cursus:

  1. De student is in staat de psychosociale ontwikkeling van jeugdigen te plaatsen op een continuüm: geen psychische problemen, subklinische psychische problemen en klinische psychische problemen.
  2. De student is in staat het transactionele model van de ontwikkeling van psychopathologie toe te passen.
  3. De student heeft zowel theoretische als praktische kennis opgedaan over de diagnostiek van psychopathologie.
  4. De student heeft zowel theoretische als praktische kennis opgedaan over interventies bij psychopathologie, gebaseerd op evidence-based wetenschappelijke kennis.
  5. De student oefent met het nemen van een systemisch perspectief
  6. De student oefent met het ontwikkelen van een professionele houding.
  7. De student oefent zijn/haar gespreksvaardigheden.
  8. De student leert te werken aan eigen leerdoelen.
  9. De student leert te reflecteren op zijn/haar rol als professional.
  10. De student is in staat klinische en wetenschappelijke kennis toe te passen op een praktische casus.

Relatie tussen toetsing en leerdoelen

  • De student leert professionele vaardigheden, theoretische kennis en academische vaardigheden te integreren tijdens rollenspellen in de werkgroepen, opdrachten voor de werkgroep en de casusopdracht. In de werkgroepen ligt de nadruk op het trainen van klinische vaardigheden door middel van rollenspellen en het reflecteren op deze vaardigheden.
  • In de casusopdracht worden alle bovengenoemde leerdoelen getoetst in en casusconceptualisatie waarin klinische en wetenschappelijke vaardigheden geïntegreerd worden.

Voorkennis

  • Zelfstandig actuele relevante wetenschappelijke artikelen vergaren.
  • Schrijven volgens actuele APA 7-normen.
  • Enige ervaring met klinische vaardigheden zoals professioneel gesprekken voeren en reflecteren is handig voor een positief leerproces gedurende de cursus.

Bronnen

  • Book Handboek klinische ontwikkelingspsychologie.
  • Literature Clinical Interviews for Children and Adolescents. Assessment to intervention. Third edition.
  • Items Wetenschappelijke artikelen (o.a. empirische onderzoeksartikelen, literatuur reviews, meta-analyses).

Aanvullende informatie

cursus
7.5 ECTS • verbredend
  • Niveau
    bachelor

Startdata

  • 16 nov 2026

    tot 29 jan 2027

    LocatieUtrecht
    VoertaalNederlands
    PeriodeBlok 2
    BD
    Inschrijvingsdata nog niet bekend