Over deze minor
Krijg theoretische inzichten en praktische vaardigheden op het gebied van onderwijskundig ontwerpen die je in latere situaties kunt toepassen, ongeacht de doelgroep of context.
Deze minor introduceert je in het vakgebied van onderwijskundig ontwerpen, dat zich richt op hoe mensen leren en hoe je hen het beste kunt uitnodigen en begeleiden in dat proces. Je verwerft kennis en ontwikkelt vaardigheden op het gebied van onderwijskundig ontwerpen. Zo leer je onderwijs creëren dat aansluit bij de leerbehoeften van jouw doelgroep. Hoewel deze minor zich voornamelijk richt op leerlingen in het basisonderwijs, zijn de ontwerpprincipes die je leert toepasbaar in elke leercontext. Met andere woorden, deze minor biedt theoretische inzichten en praktische vaardigheden op het gebied van onderwijskundig ontwerpen die je in latere situaties kunt toepassen, ongeacht de doelgroep of context.
Tijdens deze minor werk je samen met een medestudent aan het ontwerpen van een lessenserie voor leerlingen op een (basis)school. In overleg met de school kies je het onderwerp, de leerdoelen en de werkvormen van de lessenserie. Het kan bijvoorbeeld gaan om een lessenserie over weerbaarheid, een geschiedenis- of economiegerelateerd onderwerp (als je bijvoorbeeld geschiedenis of economie studeert), vriendschap of burgerschap. Gedurende tien weken werk je aan deze opdracht, waarbij je jouw onderwijsontwerp ook in de praktijk test.
De opzet van deze minor is zo ontworpen dat je de aangeboden theorie direct kunt toepassen op je praktijkopdracht. In de eerste weken behandelen we ontwerptheorieën en -modellen, evenals de achterliggende theorieën over leren, motivatie, instructie, didactiek en toetsing. Je voert tijdens deze weken meteen ook eenvoudige lessen uit, die je niet zelf ontworpen hebt. Vervolgens pas je de theoretische inzichten toe wanneer je een onderwijsontwerp maakt en dit gaat testen in de praktijk. In de eindopdracht beschrijf je jouw ontwerp, onderbouw je het met theoretische inzichten en evalueer je de kwaliteit ervan na het exploreren in de praktijk.
Leerresultaten
Na het volgen van de minor ben je in staat om
- de kennis van en inzichten in de relevante onderwijskundige ontwerptheorieën en de onderliggende leer- en instructietheorieën toe te passen
- de wensen, verwachtingen en voorkennis van de doelgroep te verkennen en te verwerken in een onderwijsontwerp
- een onderwijskundig ontwerp te ontwikkelen, onderbouwen, uitvoeren en evalueren, en te oordelen of het onderwijs voor jou een passende werkcontext is.
- Te reflecteren over de kwaliteit van een ontworpen en/of uitgevoerde les.
Goed om te weten
De minor richt zich in de eerste plaats op studenten die willen uitzoeken of onderwijs voor een professionele toekomst biedt. We vinden het heel fijn als studenten met een achtergrond in diverse wetenschapsdomeinen voor de minor kiezen. We hebben wel liefst dat je op zijn minst interesse hebt in onderwijs, en dat je overweegt om later te kiezen voor een master onderwijswetenschappen of voor de educatieve master primair onderwijs.
We vinden het belangrijk dat studenten uit ondervertegenwoordige doelgroepen hun weg vinden naar onze opleiding [zowel de minor, als de verdere masteropleidingen]. Heb je vanuit jouw achtergrond vragen over de minor stel deze dan aan de coördinator.
Aan de minor is een belangrijk stuk praktijk verbonden. We kunnen voor jou een stageschool vinden, die zoeken we dan in Rotterdam, of in de nabije omgeving van de stad. Je kan er ook voor kiezen om zelf een stageschool te zoeken.
Onderwijsmethode en toetsing
Deze minor is interessant voor studenten die geïnteresseerd zijn in het ontwerpen van onderwijs en zich hier breder op willen ontwikkelen. De minor is toegankelijk voor alle studierichtingen van de EUR, en daarnaast zijn studenten uit Delft en Leiden welkom.
In de minor maken we gebruik van kleinschalig activerend onderwijs, aangevuld met verdiepende colleges. Een uniek onderdeel is de grote praktijkcomponent in de onderwijspraktijk. Mocht je je willen oriënteren op het werken in het onderwijs, dan is dit de ideale minor.
Studenten die deze minor succesvol afronden en voldoen aan de Methoden en Technieken eis (minimaal 10 EC) kunnen na het behalen van hun WO bachelor instromen in de Educatieve master primair onderwijs.
Onderwijswerkvormen
Er is elke week een college en een werkgroep op maandag of dinsdag. Op vrijdagen ga je naar je stageschool voor het observeren en uitvoeren van lessen. In de eerste en laatste weken wijkt de roostering hier een beetje van af.
Onderwijsmateriaal
Boeken
Het basisboek dat in de Minor gebruikt zal gebruikt worden kan je online raadplegen:
Surma, T. et al. (2019), Wijze lessen. Twaalf bouwstenen voor een effectieve didactiek, Ten Brink, Wijze Lessen | Thomas More
Daarnaast kan je ook gebruik maken van handboeken onderwijskundig ontwerpen. Deze zijn te vinden in het studielandschap (PED Block 3.1):
Wetenschappelijke artikelen
Naast boeken zul je in toenemende mate gebruik gaan maken van wetenschappelijke artikelen, die te vinden zijn in wetenschappelijke tijdschriften. Op Canvas zijn per week verschillende artikelen beschikbaar: die vind je bij de omschrijving van wat we elke week zullen doen, telkens onder het kopje literatuur. In sommige gevallen kan rechtstreeks doorklikken op het artikel, in andere moet je met behulp van de bibliografische omschrijving deze artikelen zelf op te zoeken via de UB.
Wijze van tentaminering
De eindopdracht van de minor onderwijsontwerp bestaat uit twee onderdelen:
Groepsopdracht: Analyse en verantwoording van de lessenserie
Voor de groepsopdracht voer je – in tweetallen - verschillende analyses uit om een duidelijk beeld te krijgen van de doelgroep, de behoefte, de context en doelstellingen van de lessenserie. Hieruit volgt een probleemstelling waar jullie de lessenserie voor ontwerpen. Daarnaast bestaat de groepsopdracht uit een verantwoording van de lessenserie. In deze verantwoording lichten jullie de gemaakte keuzes in de lessenserie.
Individuele opdracht: reflectie over eigen ondrewijsontwerp
Je schrijft twee reflectieverslagen. Deze lever je via canvas in, en licht je toe tijdens de laatste werkgroep. Je mondelinge toelichting wordt gebruikt voor de beoordeling. Je geschreven reflectie is dus vooral een voorbereiding voor jezelf, en eventueel ook voor de docent om op terug te vallen.
Samenstelling eindcijfer
Groepsopdracht: Analyse en verantwoording van de lessenserie (50%)
Individuele opdracht: Uitwerking en reflectie (50%)
Bronnen
Aanvullende informatie
- Meer infoMinorpagina op de website van Erasmus University Rotterdam
- Neem contact op met een coordinator
- Niveaubachelor
